De leeswereld van Esohe Weyden

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Esohe Weyden, podiumdichteres.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik droom soms over mijn eerste pleidooi', zegt Esohe. 'Wordt dat zo anders dan wat ik nu doe? Misschien niet. Nu sta ik op een podium en declameer mijn teksten, mijn gedichten. Soms in slam vorm, in competitie tegen een andere dichter, met als doel het publiek te overtuigen. In een rechtszaak draait het ook om overtuigen. Misschien voeg ik een snuifje poëzie toe aan mijn pleidooi. De schoonheid van taal komt overal van pas, ook in een proces.' Ze lacht even. 'Misschien ben ik als podiumdichter al aan het oefenen voor mijn eerste echte zaak.'

“In een rechtszaak draait het ook om overtuigen. Misschien voeg ik een snuifje poëzie toe aan mijn pleidooi. De schoonheid van taal komt overal van pas, ook in een proces.”

Uitlaatklep

Esohe Weyden, dat is haar prachtige naam. Esohe is studente rechten aan de Universiteit Antwerpen, woont bij haar ouders in Deurne en geldt als een opkomend talent in poëzie en spoken word. In haar woorden klinkt dat zo: 'Student by day, poet by night'. 'Dichten is mijn uitlaatklep', zegt Esohe. 'Maar schrijven alleen is niet voldoende. Dat doe je in stilte, op papier, waarna een eerste laag van je afvalt. Maar pas als ik op het podium sta en die tekst voordraag, valt alles van me af, dan is het er letterlijk uit en kan ik weer verder. Desnoods huil ik op een podium, als het echt moet.'

De teksten van Esohe zijn geen aanklachten. Ze houdt geen pancartes omhoog tegen maatschappelijke disruptie, maar verklankt wat ze voelt. Ze verwoordt wat die wereld met haar doet, in de hoop de luisteraar te bereiken, te raken, met situaties waarin iedereen zich herkent. 'Daarom lees ik en hoor ik graag dichters die een achtergrond hebben in rapmuziek', vult Esohe aan. 'Dichters die je heel ritmisch meenemen in hun wereld. Zoals de bundel Laten we het er maar niet over hebben van Akwasi. Dat is een rapper, maar ook een dichter. Al is het niet zo dat ik enkel poëzie lees. Integendeel.'

Bijbel

“Uiteindelijk wil je ook als kind je eigen wereld herkennen in een boek. Dus als je zelf voor het eerst verliefd wordt, is het lezen van een romantisch jeugdboek een feest van herkenning. Zo’n boek versterkt je gevoel.”

'De griezelbus van Paul van Loon, die serie kinderboeken (zeven in totaal), symboliseert mijn leeswereld als jongere. Ik hield van heksen en monsters. Ik wilde stiekem in die wereld leven, als kind, het voedde mijn creativiteit. Het lezen van griezelverhalen bezorgde me zoveel plezier dat lezen een constante werd in mijn leven. Na de griezelverhalen kwamen de romantische tienerboeken. Uiteindelijk wil je ook als kind je eigen wereld herkennen in een boek. Dus als je zelf voor het eerst verliefd wordt, is het lezen van een romantisch jeugdboek een feest van herkenning. Zo’n boek versterkt je gevoel.

En niet onbelangrijk: ook de Bijbel speelde een rol in mijn ontwikkeling als lezer. Ik ben opgegroeid in een gezin met een heel gelovige, christelijke moeder en een atheïstische vader. Tot mijn zestiende was ik verplicht om mee te gaan met mijn moeder naar de kerk. Haar geloof situeert zich in protestantse kringen, en is ook beïnvloed door Jehova’s getuigen. Naast de dienst op zondag, was er ook bijbelstudie. Dat boek stond dus heel centraal. Hoewel ik als tiener evolueerde richting het atheïsme - eens de zestien gepasseerd lieten mijn ouders me vrij en kon ik als het ware kiezen tussen het geloof van moeder en het atheïsme van vader - heb ik de Bijbel wel nog eens helemaal herlezen. Niet dat ik het daarom altijd met de inhoud eens was, maar de Bijbel heeft me op een bepaalde manier wel de ogen geopend voor verhaallijnen en zinsconstructies. Hoewel erg dik, en soms moeilijk te doorgronden, zette de Bijbel me aan tot het schrijven van eigen verhalen. Niet dat ik mezelf nu nog als een echte gelovige bestempel, maar ik sta er wel voor open.'

Scarface

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Afgezien van de Bijbel, evolueerde ik van griezelboeken naar romantische verhalen om uiteindelijk mijn gading te vinden in misdaadromans. Die lees ik nog altijd. Misschien is dat een uitvloeisel van mijn vaders liefde voor misdaadfilms - we keken talloze keren samen naar Scarface - en zocht ik sindsdien die spanning ook op papier. Ik houd van plotgedreven boeken, zoals die van schrijversduo Nicci French. En misschien nog wel meer van boeken dan van films, omdat boeken toestaan om echt in iemands hoofd rond te wandelen. Ik ben gefascineerd door ons menselijk brein, door psychologie, en er zijn weinig kunsten die een mens in staat stellen zich werkelijk in het hoofd van iemand anders te wanen. In een misdaadroman leer je denken als een crimineel, als een psychopaat. Of omgekeerd: ervaar je de angsten die een slachtoffer doorstaat, of begrijp je alleszins beter hoe een slachtoffer denkt, redeneert.

Wat wel opvalt in misdaadromans: ze zijn niet representatief voor de samenleving anno nu. Vaak is de dader een witte man, net als het slachtoffer. Daarom heb ik een tijdje Zuid-Afrikaanse misdaadromans gelezen. Tot mijn verbazing merkte ik dat de slimste politierechercheur daarin vaak wit is, zijn half capabele assistent bruin en dat de meeste lompe onder de agenten vaak zwart is. Toen haakte ik af.'

Obama

“Ik ben het kind van beide culturen, een 'third culture kid', maar in de literatuur is het ver zoeken naar mixed-race mensen zoals ik.”

'Ik ben een kind van een mama met een Nigeriaanse achtergrond en een vader die hier is geboren. In onze samenleving word je heel simplistisch in een hokje geduwd. Dat zwart-wit denken mag je hier dus letterlijk nemen. Ik ben het kind van beide culturen, een third culture kid, maar in de literatuur is het ver zoeken naar mixed-race mensen zoals ik. Wij hebben onze eigen moeilijkheden, ontwikkelen ons op een andere manier dan mensen in Nigeria of mensen in België. En dat lees je nergens. Dat thema houdt me bezig, en zorgt er ook voor dat ik steeds meer non-fictie boeken lees over dat onderwerp, of over kolonialisme, wat in het verlengde ligt daarvan. Zoals Witte onschuld van Gloria Wekker, of Dochter van de dekolonisatie van Nadia Nsayi en de biografie van Barack en Michelle Obama. Het lijkt wel alsof de realiteit me meer richting non-fictie duwt, om die beter te kunnen begrijpen. Alsof het wat urgenter is dan fictie, waarin het uiteindelijk soms zoeken is naar vernieuwende invalshoeken. Ik vermoed dus in de toekomst ook nog non-fictie te lezen, al zullen de misdaadromans nooit helemaal verdwijnen, net als de poëzie. Ja, ik neem ze straks zelfs mee naar de rechtbank. (lacht)’

© Michiel Devijver | Iedereen Leest


Deel dit artikel: