De leeswereld van Elise Bundervoet

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Elise Bundervoet, actrice/verpleegkundige.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Wanneer grijpt een boek je bij de lurven? Al vraag je het aan honderd Vlamingen en organiseer je een Familieraad, dan nog kom je niet tot standaardantwoorden. Is het de schrijfstijl? De personages? Desnoods de mooie kaft, de illustraties, het plot, de metaforiek, de onvoorspelbaarheid, de denkbeelden, de allegorieën, of toch gewoon de titel? 'Ik heb een eigen parameter om de impact te meten', zegt Elise Bundervoet. 'De tijd: hoe lang leeft een boek voort in je hoofd?'

Al het blauw is het boek dat tijdens het gesprek rondwaart in het hoofd van Elise: 'Peter Terrin, een leeftijdsgenoot van me, schrijft zo zinnelijk, zo sensitief en sensueel; hij neemt je vast en laat je niet meer los. Zelfs als ik aan het werk ben denk ik aan de personages. Hoe Terrin de cafetaria van een zwembad beschrijft, het uitgaansleven, het studentenleven, het is allemaal zo realistisch, zo herkenbaar en daardoor ook zo beklijvend.'

Elise ademt boeken, zegt ze, en heeft altijd een exemplaar binnen handbereik. Dat was vroeger ook al zo, in haar jeugd in de bakkerij, of tijdens haar theateropleiding, maar nu, op de covid-afdeling van een zorgcentrum, blijft het boek in de wagen. Persoonlijke spullen mogen het centrum niet in uit vrees voor contaminatie. 'Maar thuisgekomen na een lange dag, is er altijd literatuur. Soms ook het luchtigere genre, zoals de boeken van Nicci French, om de heftigheid van de zorg te verzachten.'

Buiten De Zone

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Net zoals we etiketten plakken op de schoolboeken van kinderen, plakken we ook etiketten op de kinderen zelf, en op hun ouders. Bij Elise Bundervoet staat Buiten De Zone op haar voorhoofd geschreven, voor altijd is ze Roxanne Seynaeve. De luizenmoeder kan ook nog op het etiket, maar haar wereld reikt zoveel verder. In 2010 verliet Elise het podium en studeerde verpleegkunde, om jaren op de palliatieve afdeling van een Gents ziekenhuis te werken, nadien terug te keren naar het podium, en dan, in volle pandemie, een masker op te zetten en opnieuw de zorg te versterken.

'Ik heb bewust voor de palliatieve zorg gekozen, indertijd', zegt ze. 'Ik ben gefascineerd door de dood, en de manier hoe we daar mee omgaan. Niet enkel het sterven, maar ook andere existentiële thema’s als liefde en vriendschap houden me bezig, ze triggeren mij. Zo zette Margerite Duras me al heel vroeg aan het denken met La maladie de la mort (een verhaal over een vrouw die wordt ingehuurd door een man, die probeert haar lief te hebben, maar daar niet in slaagt. ’s Mans onmogelijkheid lief te hebben benoemt de vrouw als 'de ziekte van de dood'). Ik heb na mijn studie veel (vak)literatuur gelezen over sterven en rouwen, zoals Eindeloos bewustzijn van Pim van Lommel, De dood van Richard Béliveau en Denis Gingras, en alles wat de Amerikaanse arts Elisabeth Kübler-Ross schreef over het leven en de dood. Zij beschreef de vijf stadia van rouwen: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie, aanvaarding. Kübler-Ross geloofde dat er meer is dat ons bepaalt dan enkel onze hersenen, dat ons bewustzijn daar zelfs los van staat. Ook Na dit leven van Eben Alexander heeft veel voor me betekend. Alexander is een neurochirurg die zeven dagen in coma heeft gelegen, waarbij zijn hersenschors niet meer functioneerde. Toch had hij een bijna-doodervaring. Die heeft hij beschreven in een boek, om er nadien uitgebreid over te praten. Zo'n verhaal beïnvloedt ons denken over lichaam en geest.'

Geleiden

“Het is niet zo dat ik literatuur aanwend bij de begeleiding van ernstig zieken en palliatieve patiënten, maar literatuur is wel de geleider om die ervaring door te geven aan het publiek. Kunst en zorg draaien allebei om het leven, om de connectie met elkaar.”

'Het is niet zo dat ik literatuur aanwend bij de begeleiding van ernstig zieken en palliatieve patiënten, maar literatuur is wel de geleider om die ervaring door te geven aan het publiek. Kunst en zorg draaien allebei om het leven, om de connectie met elkaar. Als zorgverlener kom je in contact met mensen die worstelen met existentiële vragen, als actrice ontmoet je als het ware je personage, die ook worstelt. Die relaties werken op elkaar in. Je durven kwetsbaar opstellen als zorgverlener, om vanuit die echtheid, die empathie, ook anderen te beroeren, het publiek. Om de juiste snaar te raken heb je literatuur nodig, de juiste woorden. Zo schreef Peter Terrin een heel zinnelijke, heel indringende tekst over een vrouw wier man gaat sterven, een solovoorstelling die ik ga spelen. De literatuur is onontbeerlijk bij het overbrengen van die kwetsbaarheid. Je kan wel acteren, maar het woord bepaalt mee hoe je binnenkomt bij het publiek.'

Litouwen

“Non-fictie boeit mij wel, maar ik wil een andere wereld ingetrokken worden, een wereld die ik vanuit mijn eigen fantasie zelf kan opbouwen. Een roman kan je op een andere manier raken en evenveel zeggen over het leven.”

'Ik ben een fictielezer en zal dat ook blijven. Non-fictie boeit mij wel, maar ik wil een andere wereld ingetrokken worden, een wereld die ik vanuit mijn eigen fantasie zelf kan opbouwen. Boeken zoals die van Rutger Bregman en Yuval Noah Harari brengen veel bij, de informatie die ze aanreiken is interessant, maar een roman kan je op een andere manier raken en evenveel zeggen over het leven. Denk aan de boeken van Khaled Hosseini, die zijn zo poëtisch, ze prikkelen je verbeelding veel meer. Ik denk ook aan De ondraaglijke lichtheid van het bestaan, van Milan Kundera. Dat boek kan ik niet loslaten.'

'Het is mijn moeder die lezen in mijn leven bracht, zonder zelf voor te lezen, maar van zodra het werk voorbij was, greep moeder een boek en zette zich aan tafel. Ze reikte me boeken van Jeroen Brouwers aan, en het prachtige De Seizoenen van Clem Schouwenaars. Ik probeer nu op mijn beurt het lezen door te geven aan mijn vier kinderen, maar bij drie lukt dat niet goed. Zij richten zich meer op sport. Eentje is profvoetballer, een ander is beloftewielrenner en wil met de fiets naar Litouwen rijden. Er is nog werk, ja.' (lacht)

'Oh, nu ik er aan denk. De personages van Al het blauw schieten me weer voor ogen, Carla en Simon, die leren je zoveel over liefde en vriendschap. Ik kan het boek precies maar moeilijk loslaten.'

© Michiel Devijver | Iedereen Leest


Deel dit artikel: