De 100ste leeswereld met Sahadi Daria

Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Na vier jaar Leeswereld is het tijd voor de honderdste aflevering. Die eer is voor Sahadi Daria, schooldirecteur.

door Matthias M.R. Declercq
©Michiel Devijver en Iedereen Leest

Honderd. Na vier jaar Leeswereld is dit de honderdste aflevering. De honderdste keer dat iemand ons de sleutel geeft, de vrije toegang tot zijn, haar of hun gedachten, en ons laat ronddwalen in de bibliotheek die ieder hoofd is. Hoewel lezen een vanzelfsprekendheid lijkt, hebben velen in deze reeks aangetoond dat het ook een keuze is. Een keuze die niet altijd voor de hand ligt. Lezen heeft voor zij wiens pad niet is bewegwijzerd een emancipatorische kracht. Verhalen dragen bij tot een ontvoogding die veel verder reikt dan het vastgeroeste beeld van een boek, een kachel en een glas wijn.

“Wat voor de ene een achterdeur is om aan de realiteit te ontsnappen, is voor de ander een eeuwige studie, of een spiegel, een dagelijkse behoefte, het ventiel om stoom af te laten.”

Van een advocaat, een wielrenner, een actrice, dichteres of historica, tot een studente, een psychologe en een neurowetenschapster: er is niet één leeswereld, zo leerden de gesprekken, niet één blik. Wat voor de ene een achterdeur is om aan de realiteit te ontsnappen, is voor de ander een eeuwige studie, of een spiegel, een dagelijkse behoefte, het ventiel om stoom af te laten.

De eer van het honderdste verhaal is weggelegd voor een man die als kind het verkeerde lotje trok, en tot zijn vijftiende een leven leidde in de schemer: in een parallelle wereld zonder toekomst waarin iedereen ’s ochtends niet verder dacht dan ’s avonds, en hoe zich te beredderen in het daglicht. Het honderdste verhaal toont de kracht van lezen. Het honderdste verhaal komt alleen Sahadi Daria toe. Zonder tussenkomst van wie dan ook. Een monoloog van een lezer.

Kauwgum

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Een “leeswereld”, tja, dat moet dan de wereld van het lezen zijn? Van de boeken die mijn wereld uitmaken? Nooit gedacht daar ooit op te kunnen antwoorden, want lange tijd wist ik niks af van de wereld. Ik kon niet eens lezen. Het grootste deel van mijn jeugd, van mijn zevende tot veertiende, woonde ik met mijn ouders, twee oudere broers en een oudere zus in Turkije. Als Afghaanse vluchtelingen leefde we in de illegaliteit en armoedige omstandigheden. Het leven, ook dat van mij, bestond louter uit werken. Net als mijn broers verzamelde ik plastic zakken en kartonnen dozen om te verkopen. Of ik poetste schoenen, zocht naar ijzerwaren op straat, werkte illegaal in de bouw, verkocht fruit of kauwgum aan de schoolpoort. Allemaal om wat geld bijeen te rapen en te overleven. Lezen noch schrijven kon ik, en als ik een man op een stoeltje de krant zag lezen, dan dacht ik alleen: “Waarom zou je dat nu doen? Dat levert toch niks op?” Had je me toen gezegd dat ik nu, een paar decennia later, hier in Antwerpen met jou zou praten over de non-fictieboeken die mijn ideeën vormgeven, dan had ik je gek verklaard. Want daaruit bestaat mijn leeswereld: uit boeken die me de wereld uitleggen, die me prikkelen en mijn gedachten aanscherpen. Boeken als Sapiens van Harari en De wereld van Sofie van Jostein Gaarder. Nu ben ik in een boek bezig over het land waar ik ben geboren –Afghanistan -, en ik las eerder boeken over Kemal Atatürk, over het Ottomaanse Rijk, de Grieken, de Romeinen enzovoort. Maar er is ook plaats voor fictie, zo lang die me prikkelt. Zoals 1984 van George Orwell, om dan te beseffen dat de geschiedenis zich telkens herhaalt.’

“Lange tijd wist ik niks af van de wereld. Ik kon niet eens lezen. Het leven als Afghaanse vluchteling, ook dat van mij, bestond louter uit werken.”

Vijf talen

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik ben opnieuw “geboren” in België. Zo voelt dat voor mij. Het onder de knie krijgen van de taal, en de wereld die zich vervolgens via die taal openbaart, leidde ertoe dat ik hier een nieuw leven begon. Dat leven begon in totale onzekerheid. Zat ik daar in de 
OKAN-klas (onthaalklas voor anderstalige nieuwkomersen vroeg de lerares om onze naam op te schrijven. Ik verstijfde, voelde angst. “Ik kan beter terugkeren naar Turkije”, dacht ik, om er bloemen en kauwgum te verkopen op straat. Ik hoor het de lerares nog zeggen: “Janneke gaat naar de deurbel.” Ik kon me zo’n simpele zin niet eens inbeelden. In gedachten zag ik Janneke niet naar de deurbel gaan. Ik slaagde er niet in om wat ik las om te zetten in betekenis, het echte lezen ontglipte me. “Ben ik te dom?”, dacht ik. “Ben ik abnormaal?” Ik wist echt van niks, kon amper een balpen vasthouden. Had je me toen, als vijftienjarige, gevraagd wat Europa is, dan moest ik je het antwoord schuldig blijven. Ik wist niet eens wat oost en west betekende, had nog nooit gehoord van 11 september en moest me letterlijk via de taal toegang verschaffen tot een voor mij onbekende wereld.’

‘Mijn familie komt uit het noorden van Afghanistan, uit de buurt van Kunduz, niet zo ver van de grens met Oezbekistan, waar onze roots liggen. Thuis spreken we Oezbeeks, mijn moedertaal, maar ik spreek ook Dari, een veel gesproken taal in Afghanistan. Ten tijde van mijn geboorte was mijn vader een progressieve imam. Hij was ook leerkracht en telkens als hij kinderen ontving in de moskee moedigde hij hen - en hun ouders - aan om naar school te gaan, ook de meisjes. Dat was zijn levensdoel: het onderwijs toegankelijk maken voor iedereen. Hij schreef het ook letterlijk in de krant, wat hem in de problemen bracht. Mijn vader is vaak de bergen ingevlucht toen het Afghaanse regime zich tegen hem keerde. Wat hij heeft meegemaakt is niet te vatten in één boek.

“Mijn vaders levensdoel was om het onderwijs toegankelijk maken voor iedereen. Hij schreef het ook letterlijk in de krant, wat hem in de problemen bracht. Wat hij heeft meegemaakt is niet te vatten in één boek. ”

‘De situatie voor ons gezin werd omwille van mijn vaders activisme gevaarlijk, waarna we Afghanistan ontvluchtten en anderhalf jaar in Pakistan woonden, om ook daar snel te vertrekken toen een burgeroorlog uitbrak en we in Iran belandden. Daar leerde ik Farsi. Het leven in Iran was hard, als soennieten in een land van sjiieten (twee grote ideologische stromingen binnen de Islam). Na Iran volgde Turkije, waar ik Turks leerde. Daar is een van mijn boers weggelopen en na zeven jaar arriveerden we in Bulgarije, om dan finaal, verspreid over verschillende jaren als familie in België aan te komen. Na het Oezbeeks, Dari, Farsi en Turks, kan ik u zeggen dat het Nederlands de moeilijkste taal is. (lacht) De weggelopen broer hebben we na jaren zoeken teruggevonden in Nederland. Nu wonen mijn zus en mijn ouders in België, ik heb een broer in Nederland en een broer die in Bulgarije is gebleven. Ik kan zeggen dat het goed met ons gaat. Onze tocht was lang, maar is ten einde gekomen.’

Europa

De alchemist

‘Aanvankelijk ging het relatief vlot op school. Zodra ik de taal machtig was, doorliep ik het middelbaar en nadien schreef ik me in aan de hogeschool, waar ik Lichamelijke Opvoeding studeerde. Daar stropte de ontwikkeling. Ik was toen twintig jaar en had van de twaalf vakken acht herexamens. Weer die twijfel: dit is niks voor mij, ik stop er beter mee. Toen kreeg ik van een docente, Annemie Wolfs is haar naam, een boek in handen: De alchemist van Paul Coelho. Ik had toen amper boeken gelezen, laat staan romans. “Wat moet ik daar mee?”, vroeg ik haar. De alchemist is een symbolisch verhaal over een jonge herder die Andalusië verlaat om op zoek te gaan naar zijn lot, zijn bestemming. Na de eerste lezing had ik een onvoldaan gevoel en begreep ik niet waarom de docente me precies dàt boek had gegeven. De tweede lezing leidde tot interesse. En na De alchemist een derde keer gelezen te hebben, begreep ik het doel van dat boek: de bewustwording, te weten dat de waarheid, het goudstuk, in mezelf schuilt.

“Lezen leerde me dat ik niet de enige ben met vragen over het leven, dat anderen ook zoeken naar zingeving, en dat de vraag wie ik ben, en wat ik hier doe, universeel is.”

‘Door die roman meermaals te lezen, kreeg ik een absolute openbaring. Toen begreep ik de ware kracht van lezen, van literatuur. Het gaf me zoveel inzicht, het opende de deur naar de verbeelding en naar een eigen toekomst. Het boek liet me nadenken over mijn eigen geschiedenis, mijn drijfveren en zette aan tot het lezen van méér boeken, tot het ontwikkelen van een eigen leeswereld, wat tegelijk tot de ontwikkeling van een eigen zelfbeeld leidde. Tweeëntwintig jaar was ik toen. Lezen leerde me dat ik niet de enige ben met vragen over het leven, dat anderen ook zoeken naar zingeving, en dat de vraag wie ik ben, en wat ik hier doe, universeel is. Na De alchemist heb ik De kleine prins gelezen (van Antoine de Saint-Exupéry), nog zo’n boek met meerdere lagen en betekenissen. De wereld kreeg sindsdien echt vorm. Afgezien van de filosofische vraagstukken, groeide mijn nieuwsgierigheid naar mijn vorig leven. Wat voor land is Afghanistan eigenlijk? En Iran? En Turkije? Zo kwam non-fictie op mijn pad. Door boeken te lezen begreep ik mijn eigen verhaal.’

Erasmus

©Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘De bekroning van het hele proces vond plaats in Turkije, het land waar ik zeven jaar woonde en amper iets van begreep. Aan de hogeschool had ik niet de hoogste cijfers, maar ik kon alsnog op Erasmus vertrekken. Jawel, naar Turkije. In het land waar ik kauwgum aan de schoolpoort verkocht, stond ik jaren geleden aan de poort van de universiteit van Antalya. Ik huilde. De cirkel was rond. Ik heb toen als vrijwilliger les gegeven aan kinderen die opgroeien in (kans)armoede. Dat engagement zet ik nu verder in Antwerpen, waar ik directeur ben van de Stedelijke Basisschool De Apenstaartjes op Linkeroever in Antwerpen. Het is mijn manier om iets terug te doen voor de samenleving die me zoveel heeft gegeven. Niks is zo belangrijk als het onderwijs. Dat heb ik aan den lijve ondervonden. Het heeft de wereld voor mij geopend. Een wereld die nu ook bestaat uit lezen. Meer dan ooit. Ook dat wil ik de kinderen meegeven: dat lezen leidt tot leven.’

“In het land waar ik kauwgum aan de schoolpoort verkocht, stond ik jaren geleden aan de poort van de universiteit van Antalya. Ik huilde. De cirkel was rond.”


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest